24 juli 2009

Was ik daar gek zooeven

Er is de laatste dagen opvallend veel aandacht voor nazi-poëzie en dictators die gedichten schrijven. In de bibliotheek van Artistiek Bureau staat minstens één bundel van een fascistische dichter: Levensteekens (1935) van H. Asder. Het pseudoniem is een verbastering van 's mans echte naam: Hugues Alexandre Sinclair de Rochemont (1901-1942). Zijn debuut werd uitgegeven in een oplage van 26 geletterde exemplaren, waarvan de eerste 20 niet in de handel zijn gebracht. Van de vijf gedichten is het moeilijk kiezen welk het idiootst is. Ik nomineer 'Morgenvlaag':

Wat moet ik toch met deze harde messekling,
wel toegescherpte vlijm - met al haar moog'lijkheden
- die uit mij snijden kan de toekomst en 't verleden
van gansch de wereld - die dan zelve ook verging.

En nu ik grijp en hef dit starre doode ding,
is nader 't oogenblik, dat door een enk'le snede
zal zijn te niet gegaan al wat ik - ook in 't heden -
heb ooit gedacht, in tijd-en-ruimte's duizeling.

Was ik daar gek zooeven - of is dat juist maar
een waan - en ben ik het eerst nu - of het geweest
altijd al eigenlijk - of is ook dat niet waar,
omdat ik maal - althans voor mijn gekrenkten geest.

Nu ben ik gek, maar dan ook stapel-stápelgek
en snij opeens maar weer mijn eieren met spek.


Pas 30 jaar later zou C. Buddingh' furore maken met zijn gekke ontbijtgedicht.

1 reacties:

Uitvreter zei

Subliem! Vooral die uppercut van de eieren met spek...